Baars

Uit Hengelsportnet
Ga naar: navigatie, zoeken

De baars (Perca fluviatilis) is een vis uit de vissenfamilie Echte baarzen (Percidae), die in de Benelux inheems voorkomt. Verwanten van deze soort zijn onder andere de snoekbaars en de pos.

Baars-01.jpg
[bewerken]

Herkenning[bewerken]

  1. De baars heeft 2 gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste uitsluitend harde stekels heeft;
  2. Op de achterzijde van de voorste rugvin bevindt zich een zwarte vlek;
  3. Over het lichaam lopen een aantal verticale, donkere banden;
  4. De overwegende kleur van de baars is groen/goudachtig met zwarte banden;
  5. De kleur van de ogen zijn bruin met een oranje achtige pupil.

Verspreiding[bewerken]

De baars leeft verspreid over bijna heel Europa en Noord-Azië, in meren, plassen, moerasland, rivieren en brakwater.

De baars is ook een van de eerste vissen die nieuw aangelegde wateren koloniseert. In voedselarme wateren (vennen en zandafgravingen) is de baars samen met de blankvoorn de dominante vissoort. De baars is een zichtjager en heeft dus helder water nodig. Hij leeft in het algemeen in scholen van enkele tientallen dieren van ongeveer gelijke grootte. In deze scholen kan een enorme voedselnijd optreden waarbij een vermeende prooi door de hele school tegelijk wordt bejaagd.

Leefwijze[bewerken]

De baars is ondanks zijn stekels een gewilde prooi van de snoek. Baarzen staan evenals snoeken bekend om hun kannibalisme. In de zomer komen vaak erg grote scholen met jonge baars voor die voor hun wat oudere soortgenoten een gewilde prooi vormen. Ook dan jaagt de baars vaak groepsgewijs op de opgejaagde visjes.

Voortplanting[bewerken]

De vissen paaien van maart tot juni in zeer ondiep water; zij leggen soms wel 200.000 eieren in lange netvormige linten. De jongen komen na 3 weken uit. De jonge roofvis zwemt vaak in scholen en zoekt zijn prooi, die hij opzuigt met zijn uitstulpbare bek, langs de oever of bij de bodem. Als de baars ouder wordt komt hij vaker solitair voor in dieper water. De jongen eten plankton en insecten.

Bescherming[bewerken]

Opgenomen in de Visserijwet.

Relatie met de mens[bewerken]

De baars is een erg smakelijke vis. In de vijftiger en zestiger jaren van de twintigste eeuw werd in het IJsselmeer erg veel baars door beroepsvissers en hengelsporters gevangen. Ook in het buitenland is de baars een gewilde consumptievis. Baars voor consumptie meenemen is buiten de grote rivieren en het IJsselmeer niet echt aan te raden omdat hij vrij langzaam groeit en er na het fileren maar weinig vis overblijft.

Rond het begin van de 20e eeuw was de baars nog veel belangrijker in het ecosysteem. Rond Woerden vingen hengelaars in enkele uren 40 à 50 pond baars met een gemiddeld gewicht van ongeveer een kilo. In het ongestoorde ecosysteem, zoals dat ook op Ierse meren wordt benaderd domineren baars en snoek en zijn brasems en voorns veel schaarser.

Visreglement[bewerken]

Voor de baars geldt in Nederland een vangverbod van 1 april tot de laatste zaterdag van mei. Dit geldt voor de sportvisserij. De beroepsvisserij mag pas op 1 juni baars vangen.

In België mag men de baars het heel jaar door met maden of wormen vangen en meenemen, van juni tot december mag men deze vis ook met levende of dode visjes of kunstaas vangen. Denk er wel aan dat men in België geen levende vissen mag meenemen.

Gesloten tijd[bewerken]

Van 1 april tot de laatste zaterdag van mei. Het is toegestaan in de periode van 1 juli tot 1 maart, voor het gebruik als (dode) aasvis, maximaal 30 baarzen te bezitten met een lengte kleiner dan 15 cm. Voor het IJsselmeer is het verboden meer dan 30 bovenmaatse baarzen te bezitten.

Het lichaam van de baars is hoog en heeft een soort bultrug. De rugvin is in tweeen gedeeld. Het voorste deel heeft stekels. Verder heeft de baars een stekel aan het einde van de kieuwen. De schubben zijn klein en hard. De kleur van de baars is bronskleurig tot geelgrijs op de flanken met donkere dwarsstrepen. De eerste rugvin heeft achteraan een donkere vlek. De vinnen zij oranjerood. Afhankelijk van de waterkwaliteit zijn de kleuren van de baars feller of fletser.

De baars wordt maximaal ongeveer 50 cm lang en 2 kg zwaar. De meeste baarzen zijn een stuk kleiner.

Visstek[bewerken]

Baars leeft in bijna elk binnenwater, dat niet te vuil is. In de zomer zoekt hij graag ondiep water op in de buurt van riet, vlonders, bruggen en duikers. 's Winters trekt de baars zich terug in dieper water bij de bodem. In groot water jaagt de baars graag in scholen aan het oppervlak. Dat is te zien aan springende kleine visjes en meeuwen die duiken.

Voedsel[bewerken]

Eet allerlei dierlijk voedsel, maar boven een lengte van circa 15 cm vooral vis. Ook baarzen zijn roofvissen en zij eten andere vissen en kikkers. De kleine baarzen eten wormen, insekten, insektenlarven en kleine visjes.

Hoe baars te vangen[bewerken]

De baars staat bekend als een "jongensvis", omdat je hem tamelijk eenvoudig kunt vangen met een vaste hengel en een vette worm aan de haak.

Grote baarzen zijn behoorlijk sterk. Ze trekken een te licht tuigje aan een vaste hengel zo stuk. Gebruik daarom een hengel met een molen en een lijndikte van 18/00 of 20/00 millimeter. Als aas kan je kiezen uit wormen, maden, andere larven en kunstaas. Goed te gebruiken kunstaas zijn spinners, twisters, kunstvliegen en jigs.

Met kunstaas moet je met de werpmolen de lijn niet te snel en met wisselende snelheden binnendraaien. De baars is veel langzamer dan bijvoorbeeld de snoek. Vaak voel je hem eerst tegen het aas stoten, voordat hij toehapt.